Een PDF, Word-document of brontekst kan het begin zijn van een oefenles. In Dibanjo kies je de leerdoelen, controleer je de uitgelezen bron en beoordeel je de vragen voordat je iemand ermee laat oefenen.
Je kunt PDF, Word (DOCX), Excel en CSV, gewone tekst en Markdown gebruiken. Ook duidelijke foto’s met gedrukte tekst kunnen via tekstherkenning worden uitgelezen. Een begeleider kan bij een YouTube- of Vimeo-video een transcript of eigen samenvatting als bron aanleveren. Controleer altijd of je de bron mag verwerken en delen.
Een foto of gescand document wordt niet vanzelf foutloos overgenomen. Handschrift, complexe tabellen of scheve scans kunnen tekst missen. Een vraag die op een onjuist uitgelezen bron is gebaseerd, blijft een onjuiste vraag. Daarom gaat controleren vooraf aan publiceren.
Van bron naar oefenronde in vijf stappen
1. Voeg de bron toe. Open de werkwinkel, upload het bestand of plak de brontekst. Bekijk of de relevante passages volledig en leesbaar zijn.
2. Kies de leerdoelen. Bepaal wat iemand moet begrijpen of toepassen. Gebruik eigen doelen of beoordeel het voorstel van Dibi.
3. Controleer de vragen. Lees vraag, antwoordmogelijkheden, juiste antwoord en uitleg na. Let op dubbelzinnigheid en aansluiting bij de bron. Pas aan waar nodig.
4. Keur bewust goed. Elke vraag moet afzonderlijk zijn beoordeeld. Een begeleider publiceert de les binnen de bedoelde organisatie. Privé-oefenstof van een lerende blijft voor die lerende.
5. Oefen en bespreek het vervolg. Laat de lerende antwoorden, feedback lezen en reflecteren. Gebruik de resultaten voor een volgende oefening of gesprek en toets toepassing ook in een nieuwe situatie.
Kan dit ook zonder een externe AI-dienst?
Ja. Dibanjo heeft lokale voorstellen en vaste hints. Wanneer een generatieve dienst is ingesteld, kan die extra ondersteuning bieden. Ook een lokaal voorstel moet worden nagelezen; lokale verwerking is geen garantie dat een vraag inhoudelijk goed is.
Wordt dit vanzelf een betrouwbare toets?
Nee. Oefenvragen helpen bij oefenen en begeleiding. Voor een formele toets moet je daarnaast de inhoud, moeilijkheid, dekking en beoordeling onderzoeken. Een oefenscore is geen gevalideerde brede competentiemeting.
Gebruik de les in de context die bij je past
Op school bespreekt een docent hoe de bron aansluit op het vak en de klas. In een bedrijf beoordeelt een coach of de uitleg klopt met de actuele werkwijze. In beide gevallen blijft de maker verantwoordelijk voor de gekozen bronnen en goedgekeurde vragen.